Antwerpen is rijk aan architectuurparels uit het interbellum zoals de Résidence Prince Albert: een modernistisch appartementsgebouw met een panoramisch zicht op het Albertpark. Toen de woning op de vierde etage te koop stond, aarzelden interieurarchitect Marc Lauwers en zijn echtgenote geen moment. Hij renoveerde en restaureerde het appartement met veel verbeelding en respect voor de tijdsgeest van de jaren 30.

Prototype van het modernisme

De Résidence Prince Albert is een van de belangrijkste bouwprojecten van Nachman Kaplansky: een in Polen geboren joodse architect die in de jaren 30 in Antwerpen verbleef, en er talloze architecturale parels naliet. Het gebouw ademt de typisch modernistische architectuur van die periode: een vrije façade, uitgestrekte horizontale raampartijen, een geometrische vormgeving, sobere doch edele materialen, …

Dimensies en mogelijkheden

Het echtpaar Lauwers was eigenlijk niet op zoek naar een nieuwe stek, want ze woonden in een prachtig gerenoveerde penthouse aan het Stadspark. Uit fascinatie voor de architectuur van het pand, gingen ze tóch een kijkje nemen. Het was meteen een coup de foudre dankzij het uitzonderlijke ruimtegevoel, de historiek van het pand en de karakteristieke materialen. Het meest frappante: de vorige en tegelijk eerste eigenaars woonden er liefst 65 jaar. Ergo: het pand bezat nog veel originele elementen, die weliswaar gerestaureerd moesten worden.

Pracht, praal, patine

De inkomhal van het appartementsgebouw is van een verbluffende schoonheid die een nieuwbouw nooit kan evenaren. Op de vloer prijkt Comblanchien (een zandkleurige marmer met houtnerftekening), afgeboord met de exclusieve Belgische zwarte marmer Noir de Mazy. Het vloerpatroon onderstreept de geometrische stijl van het interbellum. De centrale hal wordt gedomineerd door strakke massieve zuilen als dragers van het gebouw. De opvallendste materialen zijn staal, decoratief glas en gepolijst roodkoper – herhaald in de deuren, de antieke lift en de indirecte verlichting.

Boven in de inkomhal van het appartement sta je versteld van het jaren 30-gevoel: originele Winckelmans-tegeltjes in geometrisch patroon, en wandbekleding met kubistisch lijnenmotief in combinatie met zwarte hoogglanslak. De dubbele glas-in-looddeur, die uitgeeft op de zitkamer, werd nieuw gemaakt door een Belgische glaskunstenaar. En dit op basis van archieven uit de jaren 30 en geïnspireerd op het modernistische karpet in de zithoek.

Confrontatie met iconen

In de zitkamer annex bibliotheek werden nieuwe wandkasten gebouwd conform de stijl van de jaren 30, met een combinatie van eik, hoogglanslak en fineerhout ingelegd met dambordmotief. De ruimte is het toonbeeld van goede smaak, met talloze unieke (erf)stukken en verzamelobjecten. We zien een vaas in vormgesmolten glas met bladgoud van de Venetiaanse kunstenaar Luigi Benzoni, een antieke buffetpiano met bijbehorende lamp (DS28 van Tecnolumen), en een genummerd exemplaar van de Pretzel-stoel van George Nelson in rozenhout met elegante, gebogen rug- en armleuningen. Voorts ook art-decofauteuils in ivoorkleurig gecapitonneerd leder, en een Serpentine-canapé van Vladimir Kagan, opnieuw bekleed met gegaufreerd velours. Ook de fauteuils en chaise-longue van Le Corbusier en de canapés ‘California’ in mohair van alpacawol nestelen zich hier naadloos in het decor – op maat gemaakt door Nobilis binnen de lage boekenkasten bout-de-canapé.

Nostalgische luxe

In de zitkamer prijkt ook een antieke art-decokast in wortelfineer, indertijd ontworpen als buffetkast met vitrine voor zilverwerk. Vandaag doet ze dienst als schoenenkast voor de dame des huizes. De vitrine stelt een collectie exclusieve schoenen en bijbehorende soiree-handtassen tentoon. Erboven hangt het olieverfschilderij ‘My studio’ van vriend des huizes Piet Raemdonck; ernaast een collage van dezelfde kunstenaar die een Parijs interieur toont van de interbellum-architect Adolphe Loos.

De fraaie Bauhaus-verlichtingsarmaturen zijn genummerde exemplaren van Tecnolumen, met ontwerpen van Wilhelm Wagenfeld en Marianne Brandt. De stopcontacten en lichtschakelaars in Rosenthal-porselein zijn gebaseerd op een model uit de jaren 30, met precies dezelfde draaiknevel die zo typisch was voor de beginperiode van de elektrische verlichting.

LEES HET VOLLEDIGE ARTIKEL IN RS WONEN LANDELIJK & VLAAMSE STIJL VOORJAAR 2017